dinsdag 1 februari 2011

Is Marokko klaar voor een revolutie?


Foto: Manifestatie in Tanger op 30 januari


Yassine Channouf

Het eerste en belangrijkste slachtoffer van de Tunesische revolutie is wanhoop. Dat gevoel had zich heer en meester gemaakt van de Arabieren die bijna allemaal leefden in dictaturen die stevig in het zadel leken te zitten. Tot 14 januari althans.
Nog geen twee weken na de vlucht van Zine al-Abidine Ben Ali is er weinig overgebleven van de almacht van de Egyptische president Mubarak. Het is een kwestie van dagen, misschien wel uren alvorens hij ook een nieuwe permanente destinatie mag opzoeken. In Jemen, Jordanië en zelfs Soedan moeten de ordediensten nu ook overuren kloppen. Maar voorlopig zijn alle ogen gericht op Noord-Afrika. Daar lijkt de grond het vruchtbaarst voor populaire revoltes.

Situatie in Algerije

Tot eergisteren leek Marokko immuun te zijn voor het revolutionaire sentiment dat Tunesië en Egypte in haar greep heeft. Marokko's grote buur Algerije balanceert wat dat betreft op een slappe koord. Onder invloed van de gebeurtenissen in het naburige Tunesië kwamen er begin januari in verschillende Algerijnse steden duizenden jongeren spontaan op straat. Hun eisen: een verlaging van de voedselprijzen en meer behuizing. De regering van president Bouteflika was snel om gehoor te geven aan hun eisen.

De prijzen voor essentiële voedingsmiddelen zoals meel, suiker en olie zijn nog nooit zo laag geweest in Algerije. Een geslaagde strategie, maar voor hoelang? Er heerst voorlopig een gespannen sfeer in dat land, maar er is sprake van een toenadering tussen twee belangrijke oppositiefiguren: de voorman van de verboden Islamistische FIS-beweging Ali Belhadj en Saïd Saadi, de leider van de seculiere Berberse RCD-partij. Geen droomhuwelijk, maar ze delen wel hun afschuw voor de militaire dictatuur die de Algerijnse politiek domineert. En op het internet is er al opgeroepen om net als de Egyptenaren een 'dag van Woede' te houden. Op 12 februari zullen het regime en haar opposanten de degens kruisen in Algiers.

Maar Marokko is anders

Achter de mooie façade van toeristische steden zoals Fes, Marrakesh, Agadir en Saïdia schuilt een realiteit die velen niet onder ogen willen zien. Armoede en werkloosheid tieren welig aan de rand van verschillende grootsteden, en de bidonvilles in Casa Blanca bijvoorbeeld zijn een tragisch resultaat van de economische koers die de regering vaart. Deze radicale en doorgedreven neoliberale agenda kan in een derdewereldland zoals Marokko enkel een torenhoge inflatie en een uitdieping van de kloof tussen rijk en arm tot gevolg hebben. En zo geschiedt het in Marokko.

Sidi Ifni

Zeggen dat er in de laatste jaren nooit enige uiting werd gegeven aan ontevredenheid over de economische koers is een grote misvatting. De opstand in Sidi Ifni en de gewelddadige onderdrukking ervan in juni 2008 is daar misschien het beste voorbeeld van.
Werkloze vissers protesteerden toen tegen de voortdurende prijsstijgingen, en het Marokkaanse regime was zeer snel ter plaatse om deze uiting van ontevredenheid de kop in te drukken. De ordetroepen sloten de stad hermetisch af van de buitenwereld -ook voor de journalisten- en begonnen willekeurig honderden mensen te arresteren. Gewelddadige acties en plunderingen van huizen waren tactieken die niet werden geschuwd.

De overheid heeft nooit gemeld hoeveel slachtoffers er zijn gevallen. Een rapport van de Marokkaanse mensenrechtenorganisatie OMDH spreekt over tientallen gevallen van folteringen en plunderingen van huizen. Al-Jazeera berichtte zelfs van 10 doden.

Protest: iets nieuws?

Naast die spontane uiting van volkswoede in Sidi Ifni is er ook een georganiseerde protestbeweging die bestaat uit werkloze hooggeschoolde Marokkanen, types zoals Mohamed Bou'zizi dus, de Tunesische universitair die geen werk vond en een fruitkraampje uitbaatte om zijn familie te onderhouden. De Nationale Beweging voor Werklozen organiseert regelmatig kleinschalige acties uit protest tegen de hoge werkloosheidsgraad onder hooggeschoolde Marokkanen.

Zo ook de families van politieke gevangenen. Het is algemeen geweten dat in Marokko de islamistische oppositie sterk onder de knoet wordt gehouden. Begin januari protesteerden moeders van verdwenen gevangenen tegen het illegaal vasthouden van hun kinderen. Bovendien zijn er ook tientallen voorbeelden van verschillende groepen die al betoogd hebben in Marokko de voorbije jaren: advocaten, leraren, studenten etc.

De pers in Marokko

Er wordt weinig bericht over deze zaken in de Marokkaanse media. Persvrijheid is dan ook een concept dat met een stevige korrel zout moet worden genomen in dat land. Zo werd het belangrijkste pan-Arabische medium al-Jazeera bevolen het grondgebied te verlaten omwille van 'onverantwoorde berichtgeving' in oktober 2010. Deze zeer vage beschuldiging is niet het enige voorbeeld van de restricties op het gebied van persvrijheid. Het Franstalige Marokkaanse tijdschrift Tel Quel voelde ook de harde hand van het regime toen ze in augustus 2009 cijfers publiceerden over de populariteit van de koning onder de Marokkanen. 100.000 exemplaren van het magazine werden geconfisqueerd en vernietigd. Bovendien werd een zaak aangespannen tegen Tel Quel. Wat betreft persvrijheid staat Marokko op een povere 135ste plaats volgens Reporters Without Borders.

Tunisiatie van Marokko

Al deze kleinschalige demonstraties hebben tot nu toe slechts een beperkt effect gehad op de politiek van Marokko. Maar de ene demonstratie is de andere niet. Ongetwijfeld onder invloed van de gebeurtenissen in Tunesië en Egypte kwamen er in belangrijke Marokkaanse steden zoals Rabat, Tanger, Fes en Marrakesh mensen op straat.

In Tanger demonstreerde jong en oud tegen de stijgende prijzen, het tekort aan (betaalbare) behuizing en de slechte dienstverleningen. Al snel sloegen de slogans over naar meer politieke thema's en was de al-Fassi clan de kop van jut.

Deze familie staat aan het hoofd van de Istaqlal-partij en is de machtigste politieke factie in Marokko sinds de onafhankelijkheid. In de volksmond worden ze vaak vergeleken met de Traboulsi familie, die Tunesië runden als een privé-onderneming. De betoging in Tanger werd volgens ooggetuigen abrupt beëindigd door het gebruik van geweld en traangas.

In de historische hoofdstad van Marokko Fes ging het er nog minder mild aan toe. Tientallen jongeren riepen slogans die het grote Marokkaanse taboe aansneden: de monarchie. Ze riepen: 'Ben Ali vluchtte, en de koning is niet op zijn gemak', een leuze die rijmt in het Arabisch. Hoe deze betoging eindigde is niet bekend.

Bereikt de domino Marokko?

De vraag die zich hier aandient is of Marokko het toneel kan zijn van een massale volksopstand op zijn Tunesisch of Egyptisch. Alle empirisch waarneembare ingrediënten zijn aanwezig. Net als in Tunesië, Algerije en Egypte hebben verschillende mensen zich in brand gestoken als protest tegen de uitzichtloze situatie waarin ze verkeerden. Marokko heeft zijn eigen variant van de Traboulsi familie. Persvrijheid is meer een illusie dan de werkelijkheid. En vooral, de economische situatie is deplorabel.

Het Marokkaanse BBP per capita is een povere 4900$ vergeleken met 6200$ in Egypte, 7400$ in Algerije en 9500$ in Tunesië. Marokko is dus niet echt het rijkste land van Noord-Afrika als je weet dat in Libië het BBP per capita 13800$ bedraagt. Op de Human Development Index staat Marokko op de 114de plaats. De enige monarchie in Noord-Afrika is de slechtste leerling daar. Algerije, Tunesië, Libië en Egypte staan op respectievelijk de 84ste, 81ste, 53ste en 101ste plaats.

De kloof tussen rijk en arm stijgt zienderogen en vele residentiële wijken in grootsteden zijn zelfs hermetisch afgesloten van niet-inwoners. Deze kloof wordt deels opgevuld door het tolereren van een informele economie die wordt gekenmerkt door een enorm aandeel van drugs en prostitutie. Marokko is de belangrijkste producent en exporteur van hasjiesj. Volgens de World Customs Organisation komt 70% van de hasj in Europa uit Marokko. Exacte cijfers over prostitutie in Marokko zijn er niet, maar er wordt algemeen aangenomen dat Marokko een enorm aantal sekstoeristen aantrekt.

Perceptie bij diaspora

Bij de eerste generatie van de Marokkaanse diaspora in Europa leeft nog vaak het beeld van een omnipotente en onaantastbare koning die Marokko in een ijzeren greep houdt. Dit is een erfenis van de dictatuur onder Hassan II. De huidige koning Mohamed VI is zelfs enigszins populair bij de eerste, tweede en derde generatie Marokkanen omdat hij, althans in theorie, een breuk heeft gemaakt met het tirannieke bewind van zijn vader.

Maar de tijden zijn veranderd en de nationale media hebben niet langer het monopolie op het verspreiden van informatie. Het al-Jazeera- en internettijdperk heeft ervoor gezorgd dat nieuws een veel breder publiek bereikt in een mum van tijd. En net zoals in Egypte en Tunesië mogen we de impact van sociale netwerksites niet onderschatten.

Het onmogelijke is mogelijk

De laatste dagen zijn er twee duidelijke kampen ontstaan op Facebook. Één groep roept op om een Mars van Liefde te organiseren voor de huidige koning, terwijl een tweede groep oproept om te betogen tegen de corruptie die in Marokko belichaamt wordt door de al-Fassi clan. De laatste groep heeft ondertussen een 5000tal leden en hun aantal groeit gestaag. 20 februari is D-day voor de opposanten van de huidige regering.

Dan zal moeten blijken hoe succesvol hun oproep is in Marokko. Er zijn al geruchten dat het regime zich hierop voorbereidt door meer troepen te concentreren in de steden, een claim die wordt ontkend door minister van informatie Khalid Nassir. Maar de Marokkaanse functionarissen volgen de situatie in Egypte en Tunesië op de voet. De Marokkaanse staatszender daarentegen blijft opvallend stil over de Tunesische Revolutie en de Egyptische volksopstand. Het regime is ongetwijfeld nerveus. En gisteren gooide de Marokkaanse prins Hicham, die in vrijwillige ballingschap zit, nog wat olie op het vuur. Hij zei dat Marokko 'waarschijnlijk geen uitzondering zal zijn' in de Arabische wereld die in de greep is van volksrevoluties.

Of hij gelijk heeft zal zeer binnenkort moeten blijken. De monarchie zal waarschijnlijk een volksopstand overleven, indien die zou plaatsvinden. Maar zijn de Marokkanen zelf wel klaar om concessies af te dwingen van de regering? Voorlopig zijn de signalen gemengd. Maar net als in Tunesië en Egypte leek niet veel nodig om het regime op haar grondvesten te doen daveren. Het onmogelijke lijkt niet meer zo onmogelijk in de Arabische wereld.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen